K. DIEGEM SPORT

Spelen voor het behoud.


Niemand wil het meemaken. Een voetballer wil meespelen voor prijzen. Daar waar het voetbal plezant is. Succes trekt de mensen aan immers, de schouderklopjes links of rechts, drinkt iets van mij! De klein mannen kijken naar je op, ik wil later ook zo worden, ook winnen. De coach content, het bestuur trots. Er komen wat centjes binnen, alweer bevestiging. Allemaal factoren die je in staat stellen om boven je mogelijkheden uit te groeien, je wordt beter, je durft meer. Je trapt naar de goal en de bal gaat via de paal binnen.

Als je verliest, niets van dat. Gemompel links en rechts, gemor of spot. Er komt het moment dat de mensen je ronduit hun mening gaan geven, of nog erger, dat ze in een boogje om je heen gaan lopen. Het geluk keert je de rug toe, je trapt naar de goal en de bal gaat via de paal buiten. Zelf de refs fluiten mee met succes, en dus tegen. Welkom in het degradatievoetbal!

KFC Eppegem was niet beter, toch? Na de eerste tien minuten waarin beide ploegen wat op zoek waren, laat ons eerlijk zijn, zowat op derde amateurniveau, was het Diegem dat stilaan boven dreef. Met twee-drie uitgespeelde kansen, Charlier eerst net voorlangs, dan een redding op reflex van keeper Leemans op de poging van Vanderelst, en opnieuw een doorbraak van Charlier. Komt Diegem daar voor, dan liggen de papieren helemaal anders.

Maar goed, dat verhaal hebben we al in verschillende versies verteld, in wat andere bewoordingen, maar wel met hetzelfde resultaat. Een vrije trap, Breugelmans komt niets geen ander lijf tegen en kopt de bal dan maar binnen. Eén-nul in plaats van omgekeerd, degradatievoetbal.  

Reageren dus, we waren goed aan het meespelen en krijgen een tegenvaller, in voetbal kan je nu eenmaal achter komen. Gebeurt dat tegen Sint-Eloois-Winkel, dan weet je dat het moeilijk wordt, maar vandaag toch niet? Eppegem kreeg al 30 goals binnen dit seizoen. En toch zakte de pudding zomaar in elkaar, onvergeeflijk. Bart Vereecke scoorde de tweede goal, we kennen hem nog, fijne kerel, scoort niet elke week. Maar vond nu toch wel heel weinig op zijn weg. In tien minuten was het gebeurd, Cornelissen met de kop op hoekschop, de bal viel zomaar achteraan binnen.

In principe een onmogelijke opdracht, drie-nul achter, begin er maar aan. Met alles wat voorhanden was aan karakter en winnaarsmentaliteit kwam het kantelmoment nog heel dichtbij. Charlier in de vlucht naast, Benamar alleen voor Leemans op de keeper en nogmaals Benamar met de kop, op de lijn gekeerd. Eppegem kraakte maar de ref sprong netjes bij, met de uitsluiting van Denayer viel het doek definitief.

Zoals gezegd, we staan in de hoek waar er geen cadeaus meer uitgedeeld worden, degradatievoetbal. Alle krachten die je omhoog kunnen stuwen verdwijnen één voor één als sneeuw voor de zon. En je blijft alleen achter, alleen in je blootje. Dát is het moment om de voetballer te beoordelen.

Spelen voor het behoud is een kunst, niet plezant maar het hoort bij het voetbal. Het gaat maar tussen drie of vier ploegen, al weet je nu nog niet precies wie. Gullegem staat er nog naast en daarboven moet er nog één of twee teams bij gesleurd worden. Elk jaar zakt er nog wel een ploeg door het ijs en dat zal dit jaar niet anders zijn. Met nog meer dan een halve competitie te spelen is dus niets onmogelijk, tenzij je zelf de handdoek werpt. Maar ben je dan het groen-witte shirt waard?